Categorieën
Uncategorized

“Samen dansen deed me deugd en het was voor mij helend”

Hieronder lees je een reactie van een deelnemer aan het project IK JIJ WIJ van Vormingplus

Dag Herlinde, 

Een poging tot “verwoorden” van mijn beleving van dit project.  

Wat gebeurt er als we onze ratio en het verbale eens loslaten? En eerder inzetten op onze lichamelijke intuïtie in actie? Welk contact ontstaat er met jezelf, met de ander, met de groep, met de toeschouwer?  

 Elke repetitie reikte een breed spectrum aan ervaringen aan : remmingen, moed, angst, speelse ingevingen, stromende energie, twijfel, blijdschap, verbinding of juist verwijdering, een klein stemmetje in mijn hoofd, verbondenheid. Van superman tot bacterie en terug in enkele minuten. 

Hoe cool en raar is het als je na 10 repetities met 12 wildvreemde mensen, het gevoel hebt dat je elkaar goed kent? Zonder noemenswaardig met elkaar te praten! Dat er al gauw een groep ontstaat die het veilig maakt om je te smijten, om te durven, om elkaar te inspireren, om samen te improviseren? 

Ongelofelijk hoe de beleving, de focus, de energie continu transformeert tussen ik – jij – wij. Zoals een klots kwik in druppels splitst, samensmelt, deint, stroomt enzovoort in continue metamorfose. 

Hoe “slim” is ons lichaam en onze intuïtie eigenlijk wel niet? 

Ik klim omhoog uit  “een moeilijke periode”. Samen dansen deed me deugd, en was voor mij helend. 

Wat een ontdekkingsreis in een voor mij “nieuwe” taal. En wat een directe, krachtige, eerlijke en mooie taal. 

Wat een rijkdom, die diversiteit in onze groep! 

Het combineren van een soort structuur, een graduele opbouw tijdens de repetities, met improvisatie in een veilige groepsomgeving zorgt ervoor dat de evolutie van ik naar jij naar wij werkelijk op het podium gebeurt, live voor onze en uw ogen! 

Hoe zwermt een vlucht regenwulpen? Welke synchroniciteit beweegt een rij? Hoe boetseert een groep kwetsbaarheid tot kracht? 

——–

Het project “IK JIJ WIJ” is een dansproject over identiteit(en), met een diverse groep deelnemers waaronder vluchtelingen, een chronisch zieke, mensen met een verschillende seksuele geaardheid, mannen en vrouwen, mensen van verschillende leeftijden en verschillende opleidingsniveaus.

Dit project wordt georganiseerd door Vormingplus Oost-Brabant, die behoren onder het sociaal-cultureel volwassenenwerk.

Categorieën
Uncategorized

Onze samenleving is verkild.

Vorig jaar trok ik vanuit Vormingplus Oost-Brabantnaar Diest om mensen met een migratie-achtergrond aan het woord te laten. I.p.v. een project te planten dat uit mijn eigen witte geest is ontsproten eens te luisteren naar wat zij nodig hebben. Of zal ik zeggen wat wij nodig hebben. Want is dat niet wat we willen, betekenisvol samenleven met elkaar? Ik vertrok met de idee om te werken rond racisme en eindigde met een project over brood. Een project over verbinding, over wat we gemeenschappelijk hebben, over het verbreken van vooroordelen. 

Mensen die verschillen van jou kunnen een spiegel voorhouden. We kunnen zoveel van elkaar leren. Ik barst uit in een lachbui wanneer iemand vertelt hoe goed hij al geïntegreerd is. “Na mijn werk ga ik nu naar huis, zeg ik zeker geen dag tegen mijn buurman als ik hem op straat tegenkom, en zet ik mij voor den tv”. Ik word geslagen met verstomming wanneer iemand vertelt dat “ze in Diest 20 jaar nodig hebben om je te leren kennen.” Ik ben ontroerd als iemand opstaat en zegt “ik ben geen Mauritiaan maar een Belg en ik ben het beu om dat telkens te moeten herhalen”. Ik ben hoopvol wanneer iemand zegt dat “het ook onze taak is om te gaan aankloppen bij de buren”. En ik voel diepe schaamte wanneer ik hoor dat iemand die hier is komen wonen “naar zijn buren stapte met een Colombiaans gebak om contact te leggen omdat ze tot dan toe enkel werd ontvangen met een afkeurende blik”.

Onze samenleving is verkild. Vlamingen hebben nauwelijks contact met hun buren. In mijn geboortestad Leuven gaven slechts 40% van de mensen in 2017 aan elkaar te vertrouwen. 30% gaf aan de namen van zijn buren zelfs niet te kennen. Er zijn mensen die vasthouden aan een soort Vlaams ideaalbeeld dat niet bestaat. En nog anderen laten zich meeslepen door polariserende propaganda en onwaarheden die beweren dat migranten “onze jobs afpakken en leven van onze sociale zekerheid”. Wel ik verzeker u dat het voor iedereen een meerwaarde is om een diverse samenleving te hebben.

Woensdag komen wij op straat. We gaan op de barricade staan voor een warme inclusieve samenleving in een tijd waar onze regering duidelijk andere doelen vooropstelt. Een samenleving waarbij mensen bij elkaar gaan aankloppen en elkaar helpen. Een samenleving waarbij we solidair zijn voor diegenen die het niet zo breed hebben als ons of niet van dezelfde privileges genieten verdomme. Ja ik scheld! Want het is blijkbaar erg moeilijk vandaag om de rijkdom die we hebben vergaard op de kap van andere landen en culturen opnieuw open te stellen en te delen met elkaar. Daarom pleit ik voor menselijkheid! Voor een land waar mensen worden welkom geheten en ze niet in de kou blijven staan. Het moest jou maar eens overkomen!  

Charlotte Marie Dooms

#VUURWERK @Vormingplus @Vuurwerk

Categorieën
Uncategorized

Tussen daad en droom: daders en slachtoffers maken samen theater

Tussen daad en droom: daders en slachtoffers maken samen theater 

-reflecties van Herlinde Swinnen- 

Dinsdag 18 oktober. Het is nog niet lang avond, maar het is al donker. De herfst is begonnen en daar moeten we allemaal aan wennen. Ik sta buiten in de regen, voor de deur van de gevangenis van Leuven. Ik ben te laat.                                           ’t Is een vreemde dag vandaag. Vanmorgen reed ik met mijn auto tegen een spelende poes. Haar hoofdje bloedde, ze stierf op de weg. Ik zag haar nog even strijden om te overleven, maar de zachte klap was veel te hard. Auto’s zijn metalen monsters en het leven is broos. 
Ik legde het warme lijfje aan de kant en voelde spijt. Mensen hechten zich soms heel erg aan dieren. Ik dacht terug aan vroeger toen mijn cavia stierf of de hond van de buren. 
“Eén keer overreden worden is genoeg. Het katje moet aan de kant, ook al wordt mijn jas dan rood.” 
Terug in mijn auto voelde ik me schuldig. Ik had voor het einde van dat geliefde huisdiertje gezorgd. Ik had het niet gewild, maar het was gebeurd. De kat leefde en nu was ze dood. Ik pakte een rondslingerend papiertje om te schrijven naar wie de kat zou vinden. Ik begon met “je suis très désolée”. Ik eindigde met “je suis vraiment très désolée”. 
Op de terugweg kreeg ik een berichtje van mijn lief: “Sorry, ik wou je niet kwetsen. Ik zeg soms stomme dingen. Kun je me vergeven?” 

Vergeven is niet gemakkelijk. Ik wil vergeven worden door de eigenaars van de kat, en door de kat zelf ook (je weet maar nooit dat ze zich anders in haar volgende leven op mij gaat wreken, ik kan maar beter voorzichtig zijn). Ik wil mijn lief vergeven, maar ik wil niet dat hij zomaar vergeet wat er is gebeurd en vrolijk een ijsje gaat eten. Nu toch nog niet. 
Vergeven, wat is dat eigenlijk? 

Het begint te regenen. De inkt van het tekstje loopt waarschijnlijk uit. 

Maar daar sta ik dus, in de Maria-Theresia-straat, mijn identiteitskaart in de hand. Vanavond ga ik naar een andere wereld. Een wereld met eigen regels en gewoontes. Een grote metalen kooi. Ik ga de gevangenis van Leuven binnen: gsm weg, deuren toe, alles in het slot, bam bam bam. 
Bart, mijn collega, Lies en ik hebben in Leuven Hulp afgesproken met een groep mensen die in het verleden slachtoffer waren van kleine en grote misdaden. We krijgen een rondleiding door de gevangenis. Het is een eerste stap in het samenbrengen van daders en slachtoffers om uiteindelijk samen op de planken te staan met een eigen toneelcreatie. Spannend. 
Ik ben te laat, maar ik mag nog binnen. De metaaldetector vindt het grappig dat ik mijn bh moet uitdoen. Als het regent, is het systeem gevoeliger, zo kom ik te weten. Elke omgeving zijn specifieke weetjes. 
Wanneer ik aansluit is de directrice aan het uitleggen welke begeleiding de gevangenen krijgen, wanneer ze kunnen sporten, naar de bibliotheek gaan, wandelen, naar de dokter, in een koor zingen, … We krijgen de bezoeklokalen te zien. Er zijn familiekamers met speelgoed voor kinderen en er is een kamer met een bed voor koppeltjes. Twee keer per maand mogen de gedetineerden die ruimte aanvragen. Ik zie een bordje met ‘gratis condooms’ en ik kijk naar de blikken van de slachtoffers. Zou het voor hen moeilijk zijn om te horen dat de gevangenen ook plezier mogen hebben? Maar er is een grote mildheid voelbaar ten aanzien van de gedetineerden. Ik vind dat straf, het getuigt van veel menselijkheid bij onze deelnemers. Sommigen onder hen maakten heel erge dingen mee, het is voor hen een hele stap om de gevangenis binnen te gaan. Er hangt een spanning in de lucht, maar ook vastberadenheid. 
De directrice praat met strakke woorden. Ze ziet er kordaat uit, zelfzeker en onfeilbaar. Een vrouw aan het hoofd van een mannengevangenis, dat is wel wat. Al die testosteron rond je. Ik zou niet graag in haar schoenen staan, ik zou waarschijnlijk binnen de kortste keren op de commissaris van Mega Mindy lijken. Zou de directrice mama zijn en thuis haar categorieke jas uitdoen? Ik denk het wel, ze heeft een zachtheid in haar ogen. 

Het gevangenisleven heeft zijn eigen vocabularium: ongestoord bezoek, glasbezoek, residentiële piste, uitgangsvergunning, tuchten oplopen, reclassering, detentie. Het is er niet gezellig. De cellen zijn heel klein, alles ziet er oud en versleten uit, er hangt een geurtje overal en de deuren zijn dik en gesloten.  

Naar het schijnt gooien de gevangenen doorzichtige plastieken zakjes naar buiten, uit hun raam. “Het is hun kleine daad van rebellie”, zegt de directrice overtuigd. In mijn verbeelding zie ik hen kijken hoe het zakje door de wind wordt opgetild, hoe het speels heen en weer beweegt, hoe het de verse lucht inademt en ver weg vliegt. Ik hoor hen denken: “Hoe is het toch zo ver kunnen komen?”. 
In de gevangenis is er overal onnatuurlijk licht en het lijkt of de luchtdruk er heel hoog is. Twee grote handen hebben mensen bijeen gegrabbeld en ze als een papierpropje in elkaar geduwd. De gevangenen mogen wel werkjes doen en toertjes wandelen, maar ik word toch een beetje moedeloos. Zoveel fysieke kracht die teniet gaat. Zoveel onvervulde verlangens. Zoveel verspild menselijk kapitaal. Is er echt geen andere manier? 
Het is confronterend, deze gedachten, terwijl de slachtoffers naast mij staan. Ik word heel kwaad als ik denk aan wat hen aangedaan is. Ze zijn onvoorstelbaar sterk, maar ik weet dat ze vaak schuifelen over een slappe koord boven een diepe afgrond. 

Ik voel een grote empathie voor beide kanten, daders en slachtoffers. Zwart-wit bestaat niet. Het één sluit het ander niet uit. 
De daders zitten opgesloten, maar de slachtoffers ook, zo blijkt uit hun getuigenissen. In hun verwerking. In de herhaling van de daden in hun hoofd. In het moeilijk vertrouwen van anderen. Ik zie de deuren en de sloten en denk aan psychiatrische instellingen. De gebouwen, de trappen, de grootkeukengeuren: er is een grote gelijkenis. Slachtoffers van misbruik komen vaak in instellingen terecht, hun leven staat on-hold. Ze hebben daar nooit om gevraagd, het is het gevolg van wat hen is aangedaan. Geweld is zo destructief. 
Uit de groep komt de vraag of bij voorlopige invrijheidsstelling de erkenning van de dader dat hij een probleem heeft, belangrijk is. “Dat is zeker zo”, antwoordt de directrice, “maar je moet beseffen dat de meeste daders zelf slachtoffer waren van gelijkaardige daden in het verleden, dat zij soms geen andere logica of geen andere manier van bestaan rond zich hebben gezien.”  
Het is een cirkel. 
Breek de cirkel. 
Na dit bezoek gaat onze groep met haar verhalen samen met enkele gedetineerden een toneel maken. Het zal een mooie, krachtige uitdaging worden voor beide partijen. Danny Timmermans begeleidt hen als regisseur. In december wordt de creatie opgevoerd in de gevangenis, voor een publiek. Ongelooflijk straf toch? Wat er ook uitkomt, ik vind het nu al enorm. De moed van de deelnemers van onze groep is bewonderenswaardig. Ze duiken in zichzelf , ze stellen zich open, ze willen begrijpen. Ze gaan met hun gekwetste hartje de drukke straat op en maken mooie dingen met hun ervaringen. Ze breken de cirkel. 

Tijdens het bezoek vroeg ik me af waarom onze deelnemers zich zo blootstellen. Wat drijft hen? Waarnaar zouden ze op zoek zijn? Het kan toch niet gemakkelijk zijn? Waarom blijven ze niet liever veilig buiten deze gevangeniswereld? 
Zouden ze misschien willen kunnen vergeven? 

Buitengekomen haal ik eens diep adem, ik bel mijn lief en zeg dat we er een gezellige avond van gaan maken. Zoiets kleins vergeven, dat is gemakkelijk. 

Herlinde Swinnen is educatief medewerker Vormingplus Oost-Brabant en werkte mee aan het project ‘Tussen daad en droom’.